12. Wat gebeurt er qua diagnostiek?
Hormoonbepalingen:
Hormoonbepalingen laten zien hoe de twee fases van de cyclus verlopen. Het moment van hormoonbepalingen wordt altijd op de individuele vrouwelijke cyclus afgestemd. Uit onderzoek is gebleken dat de piekdag in de cycluskaart heel nauwkeurig het moment van de eisprong bepaald. Met uw dagelijkse waarnemingen kunt u dus bepalen wanneer de eisprong heeft plaatsgevonden. Vervolgens kan enkele dagen later het exacte hormoonprofiel van de postovulatoire fase bepaald worden.
De hormoonwaarden in het bloed, voor en na de eisprong, geven belangrijke informatie over de kwaliteit van de cyclus. De behandeling is erop gericht om de cyclus en dus de hormoonwaarden te verbeteren. Regelmatig bloedonderzoek en de cycluskaart zijn dan ook belangrijke factoren voor het doen slagen van de behandeling.
De basisdiagnostiek voor het bloedonderzoek is als volgt. Op de derde cyclusdag zal bloed worden afgenomen en worden gecontroleerd op: FSH, LH, Prolactine, T3, T4, TSH, Rubella (rode hond), vitamine B12 en algemeen oriënterend bloedbeeld.Op dag 7 na de piekdag worden progesteron en oestrogeen bepaald. Dat zal gedurende het hele traject regelmatig herhaald worden.
Eventueel kan nog aanvullende hormoondiagnostiek plaatsvinden in de loop van de behandeling. Zoals het verloop van oestrogeen rond de eisprong. Indien er gee NPT-gynaecoloog in uw...u niet in de buurt van een NPT-gynaecoloog woont, kunt u deze regelmatige hormoonbepalingen ook via uw huisarts laten doen. U brengt het de uitslagen dan mee naar het volgende consult.
Semenanlyse:
Om u maximale gemeenschappelijke vruchtbaarheid van het stel te verkrijgen wordt ook bij de man diagnostiek verricht en wordt hij eventueel behandeld. Het vooraanstaand onderzoek is een semenanalyse (Spermiogramm). Een semenanalyse betekent dat het zaadvocht wordt beoordeeld op onder meer hoeveelheid zaadcellen en hun bewegelijkheid. Vaak wordt het ejaculaat door middel van masturbatie gewonnen. Onze patiënten ontvangen hiervoor een speciaal medisch condoom, dat u kunt gebruiken bij een geslachtsgemeenschap. Binnen een uur na de gemeenschap brengt u het zaadvocht naar een laboratorium in uw buurt. Tijdens het vervoer moet het ejaculaat op lichaamstemperatuur gehouden worden, bijv. in een jaszak of in de hand. Gedetailleerde informatie hierover, inclusief condooms, ontvangt u tijdens het consult.
Follikelecho:
Als het rijpen van een follikel (eiblaasje) door hormonen wordt gestimuleerd, is het van belang om te kijken of er daadwerkelijk ook een follikel rijpt. Dit gebeurt door middel van een serie echo's kort voor en na de eisprong, waarbij gekeken wordt hoe groot de follikel is en of er meerdere grote follikels zijn. Indien u niet in de buurt woont van een NPT-gynaecoloog, kunt u deze echo's via uw huisarts of gynaecoloog in uw buurt laten verrichten. U brengt de resultaten dan mee naar het volgende consult.
Operaties:
De onderstaande operaties dienen twee verschillende doelen:
- diagnostiek: het opsporen van de onderliggende oorzaak van uw vruchtbaarheidsprobleem.
- therapeutisch: behandeling met als doel uw vruchtbaarheid te verbeteren.
Hysterosalpingographie (diagnostische ingreep): door het inspuiten van een contrastmiddel in de baarmoederhals kan op een röntgenfoto de baarmoederholte en de doorgankelijkheid van de eileiders aangetoond worden. Dit gebeurt meestaal onder locale verdoving.
De doorgankelijkheid van de eileiders kan ook tijdens een kijkoperatie (laparoscopie) gecontroleerd worden. Een kijkoperatie wordt onder algemene narcose doorgevoerd. Hierbij wordt via een klein sneetje bij de navel een camera in de buikholte geplaatst. Zo kunnen onder meer de baarmoeder, eierstokken en eileiders beoordeeld worden. Om de doorgankelijkheid van de eileiders te controleren, wordt een blauwe vloeistof in de baarmoederhals gespoten die dan uit de eileiders in de buikholte stroomt. De vloeistof wordt ook weer verwijderd.


