6. Hoe zit de cyclus in elkaar?

Met FertilityCare begrijpt u hoe uw lichaam werkt - een fascinerende ontdekking! Elke cyclus zijn er een reeks veranderingen die van invloed op het hele lichaam zijn:

In het begin van elke cyclus rijpen in de eierstok een aantal eicellen in een eiblaasje, dat follikel genoemd wordt. Door middel van het hormoon oestrogeen "zegt" de follikel tegen het lichaam van de vrouw: "let op, er rijpt een eitje, binnenkort kan het tot een bevruchting komen". Vervolgens vinden in het hele lichaam van de vrouw veranderingen plaats. In de baarmoederholte wordt bijvoorbeeld slijmvlies opgebouwd. Tegelijkertijd produceren klieren in de baarmoederhals slijm. Hoe dichter de eisprong nadert, des te helderder en vruchtbaarder wordt dit slijm. De vrouw kan dit makkelijk waarnemen aan de uitgang van de vagina. Als er in deze tijd geslachtsgemeenschap plaatsvindt, kunnen de zaadcellen makkelijker door dit slijm voortbewegen - en bovendien biedt het hen voeding.

Door middel van een ander hormoon vindt de eisprong plaats, als het eitje voldoende gerijpt is. De follikel gaat open en het eitje komt vrij. Het wordt door de eileiders opgenomen. Dit is de aangewezen plaats voor een bevruchting. De bevruchte eicel maakt vervolgens een tocht van rond een week tot de binnenholte van de baarmoeder, waarbij zij door celdeling groter en tot een embryo wordt. Het embryo nestelt zich dan in het baarmoederslijmvlies in.

Het slijmvlies in de baarmoederholte is intussen voorbereid, want na de eisprong verandert het follikelblaasje in het "gele lichaam" (corpus luteum). Dit produceert een ander hormoon, progesteron of: het gele-lichaam-hormoon. Dit hormoon "zegt" weer tegen het lichaam van de vrouw: "let op, er heeft een eisprong plaatsgevonden. Misschien is er een zwangerschap ontstaan". Aldus verandert het baarmoederslijmvlies zodanig dat het het embryo voeding geeft, wanneer het zich innestelt. Tegelijkertijd wordt de slijm van de baarmoederhals weer dik en taai. Het maakt een soort prop, zodat er bijvoorbeeld geen infecties van buiten kunnen indringen. Ook zaadcellen kunnen nu niet meer passeren. De slijmprop is dicht en bevat zelfs zaaddodende stoffen.

Als er geen bevruchting plaatsvindt sterft het gele lichaam na ongeveer twee weken af en wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten - de menstruatie.



« Overzicht