Hoe ontstaat een miskraam?
Een miskraam ontstaat meestal door een combinatie van medische factoren. Genetische afwijkingen bij het kind kunnen een rol spelen. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie gaat het hierbij vaak om een fout in de verdeling van chromosomen tijdens de bevruchting. Dit gebeurt meestal toevallig en is in de meeste gevallen niet erfelijk.
Daarnaast speelt de kwaliteit van de menstruatiecyclus een belangrijke rol bij het ontstaan én het behouden van een zwangerschap. Een verstoorde cyclus kan wijzen op onderliggende hormonale problemen die het risico op een miskraam vergroten. Zo kan een lage eicelkwaliteit leiden tot chromosomenafwijkingen tijdens de conceptie en problemen bij de innesteling. Een onvoldoende eisprong kan leiden tot een lagere productie van progesteron, het hormoon dat essentieel is voor de ondersteuning van het baarmoederslijmvlies. Ook een verkorte luteale fase (de periode na de eisprong) kan ervoor zorgen dat een zwangerschap zich niet goed kan innestelen of ontwikkelen. Door de cyclus nauwkeurig te volgen en op specifieke momenten hormoonwaarden te meten, kunnen deze afwijkingen zichtbaar worden en gericht behandeld worden.
Naast hormonale en cyclusgerelateerde factoren kunnen ook structurele afwijkingen van de baarmoeder een rol spelen. Denk aan aangeboren vormafwijkingen, vleesbomen (myomen) of verklevingen, die de innesteling of groei van de zwangerschap kunnen belemmeren.
Verder zijn immunologische en stollingsstoornissen, zoals het antifosfolipidensyndroom antiphospholipidsyndroom, een bekende oorzaak. Deze kunnen de doorbloeding van de placenta verstoren. Daarnaast wordt bij herhaalde miskramen ook gekeken naar immunologische factoren, waarbij het afweersysteem mogelijk een rol speelt.
Andere onderliggende aandoeningen zoals schildklierproblemen, diabetes of polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) kunnen ook het risico op een miskraam verhogen. Daarom kijken wij niet alleen naar losse symptomen, maar naar het geheel van immunologische factoren, hormonale regulatie en cycluskwaliteit.
Naast hormonale factoren wordt er in de moderne fertiliteitsgeneeskunde steeds meer aandacht besteed aan het microbioom van het voortplantingsstelsel. Het gaat hierbij om de bacteriële samenstelling van de vagina en het baarmoederslijmvlies. Wereldwijd onderzoek, o.a. de ReceptIVFity-cohortstudies in het Erasmus MC in Rotterdam, wijst op een mogelijke samenhang tussen een gezond milieu en een betere innesteling.
Uiteraard speelt de leefstijl een cruciale rol. Factoren zoals roken, alcoholgebruik, overgewicht, slaaptekort en chronische stress kunnen een negatieve invloed hebben op zowel de vruchtbaarheid als het verloop van een zwangerschap. Een gezonde leefstijl – met voldoende rust, evenwichtige voeding en stressreductie – helpt het lichaam om hormonale balans te herstellen en creëert een optimale omgeving voor een groeiende zwangerschap.