Hoe verlopen diagnostiek en behandeling van de man?
Hoewel vruchtbaarheidsproblemen vaak in eerste instantie bij de vrouw worden gezocht, is er in ongeveer 30–50% van de gevallen sprake van een mannelijke factor. De richtlijn voor het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie benadrukt daarom het belang van gelijktijdige evaluatie van beide partners.
Het onderzoek bij de man begint met een zorgvuldige anamnese. Hierbij komen onder andere de medische voorgeschiedenis, doorgemaakte aandoeningen, medicatiegebruik en leefstijl aan bod. Factoren zoals roken, alcoholgebruik, voeding en stress kunnen de spermakwaliteit beïnvloeden en worden daarom standaard meegenomen. Ook seksuele gezondheid en het patroon van gemeenschap worden besproken.
Een essentieel onderdeel van het oriënterend fertiliteitsonderzoek is de semenanalyse. Hierbij worden de hoeveelheid, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen beoordeeld. Indien er afwijkende uitslagen zijn, is het geïndiceerd om het onderzoek te herhalen om een betrouwbaarder beeld te krijgen. Indien nodig wordt aanvullend onderzoek verricht, zoals hormonale diagnostiek of beeldvorming van de testes.
Aanvullende diagnostiek richt zich nadrukkelijk op het achterhalen van onderliggende oorzaken. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals hormonale verstoringen, ontstekingsprocessen, oxidatieve stress en anatomische afwijkingen. Deze aanpak maakt het mogelijk om gerichter te behandelen.
De behandeling van mannelijke subfertiliteit start doorgaans met leefstijlaanpassingen. Het verbeteren van voeding, het bereiken van een gezond gewicht, voldoende beweging en het beperken van schadelijke invloeden zoals nicotine en alcohol kunnen een positieve invloed hebben op de spermakwaliteit. Wanneer er specifieke afwijkingen worden vastgesteld, kan gerichte therapie worden ingezet. Dit kan bestaan uit hormonale behandeling bij endocriene stoornissen, het gebruik van antioxidanten of, in bepaalde gevallen, een operatieve correctie van bijvoorbeeld een varicocèle.
In de fertiliteitskliniek adviseren wij daarom om in een vroeg stadium bij beide partners een oriënterend fertiliteitsonderzoek te verrichten. Afhankelijk van de resultaten kan aanvullend onderzoek in de kliniek plaatsvinden of kan er worden doorverwezen naar een andrologisch specialist voor verdere diagnostiek en behandeling.